CFP

CFP: Vrouwmens erger je niet: Vormen van vrouwelijke woede in historisch en hedendaags perspectief

Ethiek en Maatschappij lanceert een call for papers voor een themanummer over vrouwelijke woede.

Redactie themanummer: Farah Focquaert (Farah.Focquaert@UGent.be) & Tineke Melkebeek.

Download hier de CFP

Het concept “woede” omvat een hele waaier aan gedaantes en de nuances zijn vaak subtiel; van ergernis, irritatie, frustratie, naar verontwaardiging en boosheid, tot furie en razernij. Onze woede-woordenschat bepaalt welke variaties we kunnen benoemen, maar niet noodzakelijk welke we kunnen ervaren, noch welke wenselijk zijn. Een conceptueel kader in de vorm van een term kan een ervaring mee vorm geven, maar ook zonder een dergelijk kader is de ervaring even legitiem. Het hele spectrum van schakeringen aan woede kan door alle genders ervaren worden. Het concept vrouwelijke woede omvat verscheidene vormen van woede, en moet geenszins essentialistisch geïnterpreteerd worden. Vrouwelijke woede slaat op woede die ervaren en/of uitgedrukt wordt door vrouwen, maar kan net zo goed van toepassing zijn op trans- of niet-binaire personen. De bedoeling is niet om een specifiek vrouwelijke vorm van woede in het leven te roepen, maar om een verzamelnaam te bieden voor een soort van woede die veelal door vrouwen ervaren en uitgedrukt wordt.

Doorheen de geschiedenis van de wijsbegeerte is woede een terugkerend thema. Aristoteles en de Stoïcijnen percipieerden woede als een vorm van pijn, opgewekt door onze cognitieve verwerking van bepaalde gebeurtenissen, en dus geen blinde drift zoals honger of dorst. In de Klassieke Oudheid kent woede ook een moreel-ethische waarde. Volgens Aristoteles gaat iemand die niet boos wordt wanneer hij belachelijk wordt gemaakt in de fout. Woede is dus een noodzakelijke component om een eervol en deugdzaam mens te zijn. Sterker nog, de totale afwezigheid van retributieve emoties staat volgens Aristoteles gelijk aan zelfbedrog of een tekort aan zelfrespect. De beruchte Stoïcijnen, die alle emoties met tak en wortel uit willen roeien, menen het omgekeerde en leggen de morele deugd net in het laten varen van elke opwelling van ergernis. Zo kan het nooit meer tot woede komen. Opmerkelijk genoeg geldt dit advies niet altijd voor vrouwen en kinderen, omdat zij “niet beter weten”.

Meer specifiek aan vrouwelijke woede is evenwel de vaak negatieve evaluatie ervan. Deze kan op twee manieren ingevuld worden: enerzijds een ridiculisering van de onderliggende redenen (“onvoldoende ernstig” om kwaad te zijn), en anderzijds een verschuiving van redenen naar oorzaken, zodat de woede van de vrouw toegewezen wordt aan haar psychologische profiel. Zo wordt ze bestempeld met termen als “licht ontvlambaar”, “onbeheerst”, en “te emotioneel”. Stereotype beelden van vrouwelijke woede werken de silencing ervan in de hand. Anderzijds wordt een uiting van vrouwelijke woede vaak beantwoord met een waarschuwing – “erger je niet” – die doorgaans voorkomt uit goede en onschuldige intenties. Deze uiting van zogenaamde troost bevat echter een gevaarlijke boodschap. Door zelfbeheersing voor te stellen als universele remedie (panacee) en aan te zetten tot vergeten en vergeven, wordt woede gekarakteriseerd als een instrument dat niet voor de vrouw is weggelegd. Boos worden is voor de vrouw als een pijl die bij noodzaak zijn doelwit zal missen. Niet door eigenschappen die inherent zijn aan woede, maar wel door eigenschappen die onterecht toegeschreven worden aan de vrouw en de emotie die ze uit. Zo wordt vrouwelijke woede steeds als contraproductief gezien, zowel op individueel als op collectief niveau. De mogelijke productieve effecten van vrouwelijke woede worden vergeten, en aan de vrouwen zelf wordt weer maar eens het zwijgen opgelegd – de Homerische, archaïsche moraal in acht nemend; “stilzwijgen siert een vrouw”.

De laatste jaren bleken woede en gerelateerde emoties een opvallende maatschappelijke tendens, in de context van de #MeToo-beweging in het bijzonder. Aangespoord door de talrijke beschuldigingen aan het adres van allerlei machtige mannelijke figuren, (her)ontdekten vrouwen hun woede en het revolutionaire potentieel ervan. De implicaties van die tendens zijn talrijk: van concrete acties als de women’s marches en Pussyhat Project, over het patriarchaal ongemak tegenover vrouwelijke woede, tot de ethische uitdaging die samengaat met het innemen van een normatief standpunt. Een hashtag verbindt maar laat context verloren gaan: slaat #MeToo te ver door, of is dit gepast, op vele manieren?

Zowel de klassieke oudheid als de hedendaagse wereld kunnen een vruchtbare bodem bieden voor een studie van vrouwelijke woede. Ook kunnen verbanden worden gelegd met het werk van Freud of De Beauvoir, met de suffragettes of hysterie, maar net zo goed met niet-westerse wijsgerige tradities als de Nyāya-Vaiśeṣika in India. De bijdragen kunnen gaan over de karakterisering, de wenselijkheid, waardering en consequenties van vrouwelijke woede, alsook de verscheidene vormen ervan en hoe deze conceptuele structuren vorm krijgen vanaf de Antieke Oudheid tot vandaag en morgen. Allerlei soorten bijdragen zijn welkom: normatief of descriptief, hedendaags, historisch of vergelijkend tussen beiden. Bijdragen tellen maximum 10.000 woorden, inclusief voetnoten en bibliografie. Abstracts worden ten laatste op 15 februari 2020 ingediend in Word-formaat, als bijlage bij een e-mail naar hoofdredacteur prof. dr. Tom Claes (UGent) en redacteur prof. dr. Farah Focquaert (UGent). Na goedkeuring van het abstract is de uiterste indiendatum voor artikels 1 juni 2020.